Verplaatsing
Home Up Synopsis Contact CONTENTS SEARCH FEEDBACK 

        

Verplaatsing van de hele eierstok naar de arm (16 december 2002)

Op 16 december meldde het Algemeen Dagblad dat aan de Universiteit van Leiden een hele eierstok (ovarium) was verplaatst naar de arm bij een vrouw die wegens kanker een grote baarmoederoperatie moest ondergaan, en die daarna nabestraling moest ondergaan.

De operatie was- op instigatie van dr. C. Hilders- uitgevoerd door prof. dr. B. Trimbos samen met de transplantatiechirurg dr. A. Baranski. De verplaatsing was bedoeld om de eierstok zo ver mogelijk van het bestralingsveld af te krijgen; voorheen werden de ovaria meestal met vaatsteel en al naar de bovenbuik verplaatst, maar dan nog is de afstand tot het stralingsveld relatief klein en kunnen de eierstokken schade oplopen als gevolg van strooistraling.  Deze operatie was al eerder in 1997 in Frankrijk uitgevoerd.

Ook dr Oktay had al ingevroren stripjes eierstok weefsel naar de arm verplaatst, waarna follikelgroei kon worden aangetoond, en waarna eicellen met de omhullende granulosacellen ('steuncellen') uit de arm konden worden gepuncteerd. 

Twee teams tegelijk aan het werk: links prof Trimbos tijdens een buikoperatie, rechts dr. Baranski bezig met het vrijprepareren van een bloedvat in de arm

In dit geval werd de eierstok met vaatsteel en al getransplanteerd naar de binnenkant van de bovenarm. Het ovarium was dus vers, en meteen tijdens de kankeroperatie verplaatst. De andere eierstok werd naar de bovenbuik verplaatst. De vouw heeft na de verwijdering van de baarmoeder radiotherapie gehad. Enkele maanden na de operatie leek er weer enige follikelgroei te komen, maar het moet duidelijk zijn dat deze behandeling nog in een zeer vroegtijdige experimentele fase is. Het is anno 2002 nog te vroeg om te stellen dat dit al een reëel alternatief voor fertiliteitspreservatie zou kunnen zijn. 

Een van de nog te beantwoorden vragen is of er niet al metastasen in de eierstok zouden kunnen zijn, zodat op het moment van transplantatie er niet een bewuste 'verplaatsing' van kanker op kan treden. De kans op metastasen naar het ovarium is afhankelijk van het soort kanker: deze bedraagt minder dan 0,2 % bij bijvoorbeeld plaveiselcel carcinoom van de cervix (de meest voorkomende vorm van baarmoedermondkanker) en diverse andere vormen, maar tussen de 0,2 % en 11 % bij b.v. borstkanker en adenocarcinoom van de cervix, en meer dan 11 % bij bv leucaemie en neuroblastomen.

Voorlopig is de behandeling zuiver experimenteel. In dit geval was de bedoeling om de natuurlijke hormoonproductie te laten doorgaan, en was van kinderwens geen sprake. Om het anno 2002 te zien als fertiliteitspreservatie is het nog veel te vroeg; daarvoor zal nog zeer veel onderzoek noodzakelijk zijn.

CAM Jansen, Voorburg, 17 dec 2002

 

Please send mail to keesj@rdgg.nl with questions or comments about this Web- Site

Disclaimer:This information is not intended as a substitute for medical advice of physicians. The reader should regularly consult a physician in matters relating to his or her health and particularly with respect to any symptoms that may require diagnosis or medical attention.

© Stichting Medische Voortplanting Voorburg. This material is copyright protected; improper or unauthorized use is an infringement of copyright-laws and is an actionable offense. Original information from this Web-site can only be used if the source is clearly cited.