Swammerdam
Home Up Synopsis Contact CONTENTS SEARCH FEEDBACK 

De Follikel van Swammerdam?

Regelmatig wordt beweerd dat niet Reinier de Graaf, maar Jan Swammerdam als eerste de follikels (eiblaasjes) in het ovarium (eierstok) gezien heeft. Recent stelde zelfs prof Hans Evers uit Maastricht dat  de eer van de ontdekking van de dominante follikel niet aan de Graaf, maar aan Swammerdam toekwam. Hij had dit begrepen uit een brief die Swammerdam aan de Royal society in Londen had geschreven. Evers stelde zelfs dat de tekening van Swammerdam van 1654 dateerde en die van De Graaf van 1660, hetgeen fysiek echter onmogelijk is: dit was 8 jaar voordat Swammerdam ging studeren.  

Swammerdam heeft inderdaad middels een polemiek geprobeerd de Royal Society ervan te overtuigen dat Reinier de Graaf plagiaat had gepleegd, en dat de aan de Leidse Universiteit werkzame Swammerdam- samen met zijn hoogleraar van Horne- de eer van de ontdekking van de dominante follikel toekwam. In dezelfde brief kan hij het overigens  niet nalaten te melden dat de- inmiddels overleden- van Horne alleen verantwoordelijk was voor de betaling van de kosten van het onderzoek, maar dat de feitelijke ontdekking uitsluitend door Swammerdam was gedaan. Zelfs Antonie van Leeuwenhoek heeft geprobeerd Swammerdam tot matiging te brengen, doch zonder succes. Reinier de Graaf heeft zich vervolgens verdedigd in een 'Defensio', maar hij heeft zich deze aantijging bijzonder aangetrokken. Beschuldiging van plagiaat is in de wetenschap bijzonder ernstig: het staat gelijk aan diefstal van andermans intellectuele eigendom. 

Fig: Afbeelding, lange tijd doorgegaan voor tekening van Swammerdam. volgens prof Nanne Nanninga van het Jan Swammerdam Instituut echter kan dit Swammerdam niet zijn. Een gevalideerde afbeelding bestaat echter niet.

De Royal Society heeft deze zaak hoog opgenomen, en een commissie van wijze mannen in het leven geroepen om deze onverkwikkelijke zaak op te lossen. Uiteindelijk kwam de commissie tot de conclusie dat geen van beiden als eersten de follikels hadden beschreven: die eer komt toe aan de Deen Niels Stensen (Nicolaus Steno) die ze terloops had beschreven bij zijn onderzoek aan de rog . Steno trok zich overigens van dit soort kinnesinne niets aan, en in zijn repliek bleek hij duidelijk als standpunt te hebben dat het niet om de ontdekker, maar om de ontdekking gaat.

De volgorde van ontdekking was volgens de commissie: Steno, De Graaf, van Horne, Kerckring, (opnieuw) De Graaf en als laatste pas Swammerdam. Overigens heeft Reinier de Graaf vanaf het begin ondubbelzinnig en bij herhaling geschreven dat anderen de follikels al eerder gezien hadden, maar hij was wel de eerste die de betekenis ervan doorgrondde, middels een uitvoerig en zorgvuldig prospectief experimenteel onderzoek bij konijnen waarbij hij op diverse tijdstippen vóór en na de paring sectie verrichte en waarbij hij tot fundamentele en naar nu blijkt, (bijna) juiste inzichten gekomen is. 'Bijna' omdat hij nog niet op de hoogte was van het bestaan van spermatozoöen.

Mocht het al zo zijn dat Swammerdam de bevinding eerder gedaan heeft, maar het niet de moeite waard vond om dat te publiceren, hij was blijkbaar niet te lui om hetzes op te zetten met beschuldigingen naar meerdere wetenschappers, waarin hij telkenmale claimde dat deze de bevindingen van zijn onderzoek gestolen hadden. 

Zo beschuldigde hij Frederick Ruysch eveneens van plagiaat bij diens beschrijving van de ontdekking van de kleppen in lymfevaten, maar in dit geval kon worden bewezen dat Ruysch de gegevens van Swammerdam nooit gezien kon hebben.

De uitspraak van de Royal Society betekende eerherstel voor Reinier de Graaf, met name ook voor de fundamentele verdieping van het inzicht, maar het was voor hem inmiddels wel te laat: hij was inmiddels- zwaar depressief- overleden. Nederland was in 1672 in oorlog met Engeland; dat bericht bereikte de commissie daarom pas veel later. 1672 was het Nederlandse rampjaar waarin ook politici werden gelyncht, en de prijzen voor bijvoorbeeld kunst kelderden. jan Steen kreeg vrijwel niets meer voor zijn schilderijen, en moest in zijn onderhoud voorzien als kroegbaas van de herberg 'de Vreede' aan de Langebrug in Leiden, opgericht in het oorlogsjaar 1672, waar hij zich ook geen personeel kon permitteren: zijn zoon Cees moest daar 'voor meyd speelen' omdat zijn dochter Catherijn nog te klein was.

Literatuur:

Lindeboom GA, De geschiedenis van de medische wetenschap in Nederland, Uitg. Unieboek NV, Bussum ISBN 9022839567, 1972: 55- 62.

Lindeboom GA, Reinier de Graaf, leven en werken, Hoofdstuk 9,'in de verdediging'; Uitg Elmar BV, Delft, 1973 pp 111- 121.

CAM Jansen, 3 dec 2002

 

Please send mail to keesj@rdgg.nl with questions or comments about this Web- Site

Disclaimer:This information is not intended as a substitute for medical advice of physicians. The reader should regularly consult a physician in matters relating to his or her health and particularly with respect to any symptoms that may require diagnosis or medical attention.

© Stichting Medische Voortplanting Voorburg. This material is copyright protected; improper or unauthorized use is an infringement of copyright-laws and is an actionable offense. Original information from this Web-site can only be used if the source is clearly cited.