Semenanalyse
Home Up Synopsis Contact CONTENTS SEARCH FEEDBACK 

DHZ testen Nutraca

       Level 1
Level 2
Level 3
U i t l e g

De Semenanalyse

De semenanalyse is een van de slechtst gevalideerde testen in de gehele geneeskunde. Als men hetzelfde monster in verschillende laboratoria laat onderzoeken kan men geheel verschillende uitslagen krijgen. (gegevens volgen)

Enerzijds is dit het gevolg van verschillende meetcriteria (zoals de oude WHO criteria versus de nieuwe strikte- Tygerberg- criteria), maar anderzijds ook van een gebrek aan goede standaardisering en onderlinge vergelijking.

Daarom hebben een aantal  infertiliteitcentra (onder voortrekkerschap van dr Weber en dr Vreeburg van het Academisch Ziekenhuis Rotterdam)  een samenwerkingskader gevormd waarbinnen regelmatig onderling wordt vergeleken middels een systeem van 'quality control'. Vier maal per jaar worden een aantal monsters aan de centra gestuurd, waarna de beoordelingen onderling worden vergeleken. Inmiddels nemen aan dit systeem 95 laboratoria deel. Aanvankelijk bleken er grote verschillen te bestaan, maar deze worden gelukkig steeds kleiner

Een ander probleem is de enorme variabiliteit bij de man. Van monster tot monster kan het weer verschillend zijn. Het was natuurlijk al bekend dat koorts van bv 40 o Celsius kan leiden tot zeer slecht zaad- zelfs drie tot zes maanden lang, maar zelfs als er geen ziektes met koorts of infecties zijn kan het zaad sterk wisselend van kwaliteit zijn. (fig)

Voorbeeld: semen concentratie (miljoen per ml) van dezelfde man die 120 weken lang twee maal per week semen liet onderzoeken (!) Gedurende deze periode kreeg de man geen medicijnen, en had hij geen koortsende ziektes. De stippellijn geeft de ondergrens van normaal aan. Meestal heeft hij rond de 60 tot 80 miljoen zaadcellen per ml, maar één keer zelf een uitschieter naar 170 miljoen. Een aantal malen is het echter slecht, en er zitten zelfs enkele keren bij dat het zaad uitsluitend voor ICSI geschikt zou zijn!1

(Zie ook het verhaal van John Lennon en Yoko Ono in "bewust gekozen zelfintoxicaties"

De World Health Organisatie (WHO) heeft in het verleden normaalwaarden opgesteld, die gebaseerd waren op een expert- opinion (Authority Based Medicine). Deze criteria zijn nadien aan aantal malen bijgesteld. Zo werd bv gesteld dat als er minder dan 20 miljoen zaadcellen per milliliter waren, dit te laag was. Boven de 20 miljoen werd het 'normaal' genoemd. Vele latere onderzoekingen hebben echter de beperkte waarde van deze criteria aangetoond. 

Recent is een groot onderzoek gepubliceerd waarin men 765 onvruchtbare paren, waarbij bij de vrouw geheel geen afwijkingen gevonden waren, heeft vergeleken met 696 vruchtbare paren2. Er werden Odds ratio's en ROC curves berekend van de relatieve waarde van de metingen om onderscheid tussen vruchtbare en onvruchtbare mannen vast te kunnen stellen. Geen enkele enkelvoudige parameter zoals aantal, concentratie of beweeglijkheid correleerde in voldoende mate met de vruchtbaarheid, maar wel gaf de combinatie een betere voorspelling.  Op grond van deze gegevens werd een indeling gemaakt op cijfermatige gronden, en niet op grond van de mening van een meerderheid. Voor het eerst werd een derde groep geïntroduceerd van 'indeterminate fertility' (onbepaald) waarin het ook sterker van andere factoren afhangt of de spermakwaliteit invloed heeft.

 

Fertiele range

'Indeterminate' range

OR/95 % CI

Subfertiele range  

OR/ 95 % CI

Concentratie  (milj/ml)

> 48 milj/ml

13,5- 48 milj/ml

1,5 (1,2 - 1,8)

< 13,5 milj/ml

5,3 (3,3 - 8,3)

Motiliteit
(% A en B)

> 63 %

32 - 63 %

1,2 (1,5 - 2,2)

< 32 %

5,6 (3,5 - 8,3)

Morfologie 
(% normaal)

> 12 %

9 - 12 %

1,8 (1,4 - 2,4)

< 9 %

3,8 (3,0 - 5,0)

 

De 'likelihood' (waarschijnlijkheid) op onvruchtbaarheid is een factor 2 tot 3 als er één factor afwijkend is, 5 tot 7 als er twee factoren afwijkend zijn en 16 wanneer alle drie de parameters afwijkend (dwz in de subfertiele range) zijn. Maar ook nu weer was er een grote overlap. Bijvoorbeeld: het percentage normale zaadcellen (stricte criteria ± SD) was gemiddeld 14 ± 5 % in de vruchtbare groep en 11 ± 6 % in de onvruchtbare groep. De 2 x SD spreiding  is daarmee 4- 24 % in de vruchtbare en 0- 23 % in de onvruchtbare groep. Er zijn mannen die slecht zaad hebben, die dat niet eens weten, omdat hun vrouw super- vruchtbaar is. Ook als de kans op een kind dan kleiner wordt duurt het gewoon enkele maanden langer. Het is duidelijk dat de voorspellende waarde van de semenanalyse ten minste even slecht is als die van de gemeenschapstest, die in Leiden is afgeschaft. Dat wil echter niet zeggen dat de analyse zou moeten worden afgeschaft!

 

ref:

1 WHO Laboratory manual for the examination of human semen and sperm cervical mucus interaction (4th ed) Cambridge University Press, 1999, ISBN 0521 645999. 

2 Guzick DS, Overstreet JW, Factor-Litvak P, Brazil CK, Nakajima ST, Coutifaris C, Carson SA, Cisneros P, Steinkampf MP, Hill JA, Xu D, Vogel DL. National Cooperative Reproductive Medicine Network. Sperm morphology, motility, and concentration in fertile and infertile men. N Engl J Med. 2001; 345:1388-93. (Abstract in het New Engl J Med)

dr CAM Jansen, Voorburg, 13-09-1999; update 13-09-2002

 

 

Please send mail to keesj@rdgg.nl with questions or comments about this Web- Site

Disclaimer:This information is not intended as a substitute for medical advice of physicians. The reader should regularly consult a physician in matters relating to his or her health and particularly with respect to any symptoms that may require diagnosis or medical attention.

© Stichting Medische Voortplanting Voorburg. This material is copyright protected; improper or unauthorized use is an infringement of copyright-laws and is an actionable offense. Original information from this Web-site can only be used if the source is clearly cited.