|
REINIER DE GRAAF Mede ten gevolge van de tolerante houding die de nog jonge Leidse universiteit innam ten opzichte van de 'moderne' stromingen in het geneeskundig denken, oefende zij een grote aantrekkingskracht uit op geleerden en studenten in het laatste kwart van de 17de eeuw. In dit wetenschappelijke klimaat was het Reinier de Graaf gegeven om zijn intellectuele talenten in het korte leven dat hem beschoren was te ontwikkelen. Geboren op 30 juli 1641 te Schoonhoven, huwde hij op 14 oktober 1672 te Gouda met Maria van Dijck. Ruim één jaar later overleed hij reeds te Delft en werd er op 21 augustus 1673 begraven in de Oude Kerk aldaar. De Graaf begon zijn universitaire opleiding in Leuven waar hij de colleges volgde van de anatoom Vopiscus Fortunatus Plempius (1601-1671). In 1661 liet hij zich als student in de geneeskunde inschrijven in Utrecht en op 5 april 1663 te Leiden. In Leiden volgde hij de colleges van Johannes van Horne (1621-1670), die hij ook hielp bij diens anatomisch onderzoek. De Graaf construeerde namelijk voor het conserveren van anatomische preparaten en voor het met behulp van gekleurde vloeibare was zichtbaar maken van de arteriële en veneuze vaatsystemen, een injectiespuit waarover hij in 1668 een korte verhandeling publiceerde. Naast zijn anatomisch onderzoek volgde De Graaf de colleges van Franciscus dele Boë Sylvius (1614-1672), die voorstander was van de iatrochemie. Volgens deze stroming in het geneeskundig denken werden ziekten veroorzaakt door stoornissen in de verhouding van de zure en basische grondstoffen van de lichaamssappen. Onderzoek van De Graaf om in het kader van deze iatrochemie het pancreassap zuiver in handen te krijgen resulteerden in 1663 in zijn publicatie getiteld: "De Succi Pancreatici Natura et Usu Exercitatio anatomico Medica" (een anatomische en medische verhandeling over de oorsprong van het gebruik van het pancreasvocht). In 1665 maakte De Graaf een studiereis naar Frankrijk alwaar hij op 23 juli van dat jaar promoveerde tot doctor in de geneeskunde aan de universiteit van Angers. Terug in het vaderland vestigde hij zich als medicus practicus te Delft in 1667 waar hij zijn onderzoek over de mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen voltooide en te boek stelde. De Graaf's naam is tot op de dag van vandaag verbonden met de naar hem vernoemde Graafse follikel. Met behulp van dierexperimenteel onderzoek ontdekte hij het belang van de eierstokken voor het ontstaan van het nieuwe individu, waarbij hij de follikel beschouwde als een blaasje, dat het (niet door hem waargenomen) ei bevat. De Graaf heeft tevens de vorming van het corpus luteum (het gele lichaam) beschreven en zag het verband tussen deze structuur en het in stand houden van de zwangerschap. In zijn boek: "De mulierum organis generationi inservientibus tractatus novus" (nieuw verhandeling over de functie van de vrouwelijke voortplantingsorganen) verschenen in 1672, legt hij een verband tussen eisprong en paring bij konijnen en neemt hij aan dat dit bij de mens ook zo het geval is. Op 28 april 1673, vier maanden voor zijn dood, schreef De Graaf, die corresponderend lid was van de Royal Society in Londen, een brief aan de secretaris Henry Oldenburg van dit wetenschappelijk genootschap waarin hij deze opmerkzaam maakte op zijn stadgenoot Antoni van Leeuwenhoek (1632-1723). Dit had tot gevolg dat Van Leeuwenhoek zijn talloze ontdekkingen, gedaan met behulp van zijn zelf geslepen lensjes, middels brieven aan de Royal Society wereldkundig maakte. De Graaf heeft in korte tijd op medisch wetenschappelijk gebied veel werk verzet. Door zijn ontdekkingen en door zijn publicaties neemt hij een belangrijke plaats in onder de geleerden die ons land in de 17de eeuw heeft gekend. Dr. H.L. Houtzager Literatuur Ankum, W.M., Houtzager, H.L. and Bleker, O.P. (1996): Reinier de Graaf and the Fallopian tube. Human Reproduction Update. vol. 2, nr. 2, 365-369. Houtzager, H.L. (1981): Reinier de Graaf, a historical review. Europ. J. Obstet. Gynec. Reprod. Biol., 12, 385-387; (1991): Experimenteel geneeskundig onderzoek in ons land ten tijde van Reinier de Graaf in: Houtzager, H.L. (ed.) Reinier de Graaf 1641-1673, bundel opstellen verschenen bij gelegenheid van de herdenking van de 350ste geboortedag van Reinier de Graaf. Erasmus Publishing, Rotterdam, 55-82. Jocelyn, H.D. and Setchell, B.P. (1972): Reinier de Graaf on the human reproductive organs. J. Reprod. fertil., Suppl. 17. Lindeboom, G.A. (1973): Reinier de Graaf leven en werken. Elmar B.V., Delft. Setchell, B.P. (1974): Ovarian function. Proceedings of the Reinier de Graaf Tercentenary Symposium. Europ. J. Obstet. Gynec. Reprod. Biol., 4, 1-13. |
|
Please send mail to keesj@rdgg.nl with questions or comments about this Web- Site Disclaimer:This information is not intended as a substitute for medical advice of physicians. The reader should regularly consult a physician in matters relating to his or her health and particularly with respect to any symptoms that may require diagnosis or medical attention. © Stichting Medische Voortplanting Voorburg. This material is copyright protected; improper or unauthorized use is an infringement of copyright-laws and is an actionable offense. Original information from this Web-site can only be used if the source is clearly cited. |