Kanker ?
Home Up Synopsis Contact CONTENTS SEARCH FEEDBACK 

        Level 1
Level 2
Level 3
U i t l e g

 

 

Is er na IVF een verhoogd risico op kanker van de eierstokken?

Er is geen twijfel over dat er bij vrouwen die IVF krijgen vaker kanker van de eierstokken wordt gevonden dan bij een vergelijkbare groep vrouwen die geen IVF nodig hebben. Maar dat heeft niets met de IVF behandeling te maken.

Een causaal of een conditioneel verband?

Vaak is er geopperd dat  het krijgen van eierstokkanker het gevolg zou kunnen zijn van de  IVF zelf. Het gaat hierbij vooral om de zgn 'borderline' tumoren, een laag- kwaadaardige vorm. Hoewel er geen enkel bewijs voor een oorzaak- gevolg relatie bestaat, is er toch goede reden een mogelijke verband grondig te vervolgen, en wel om de volgende redenen.

1) Vrouwen die sterk vervroegd in de overgang komen, en al op jonge leeftijd geheel geen actieve eierstokken meer hebben, hebben een verminderde kans op eierstokkanker. Het is dus niet onlogisch aan te nemen dat vrouwen die hormonale stimulatie van de eierstokken hebben gehad een toegenomen kans zouden kunnen hebben. Toch is ook dit niet zo logisch als het lijkt: IVF is niets anders dan het ongeveer twee weken laten doorgroeien van reeds in aanleg bestaande- en enkele maanden uitgerijpte- follikels. In de natuurlijke cyclus domineert de sterkste follikel alle andere. 

2) In een wereldomvattend literatuuronderzoek bleek dat vrouwen die ooit in het verleden (voor de tijd van IVF) met vruchtbaarheidshormonen waren behandeld een grotere kans leken te hebben op borderline eierstokkanker1. Deze hormonen waren echter niet de natuurlijke geslachtshormonen die wij nu gebruiken, maar allerlei verschillende hormonen zoals bv DES.

Bovendien bleek dat als deze vrouwen- al dan niet door de behandeling- zwanger waren geworden zij weer een kleinere kans hadden dan die vrouwen die in het geheel geen hormonen hadden gebruikt en die onvruchtbaar waren gebleven. Het gaat dus uitsluitend om die vrouwen die wel hormonen hadden gehad, maar daarmee uiteindelijk niet zwanger waren geworden. Bovendien ging het over vele duizenden gevallen uiteindelijk om elf vrouwen. Als het effect van deze synthetische hormonen ook voor IVF zou opgaan, dan zou het gaan om een jaarlijks toegenomen risico van 1 op 5000 op het krijgen van een borderline tumor.

Eerder ontdekt en de kip of het ei?

Er wordt bij IVF eerder een vroeg stadium van eierstokkanker ontdekt dan bij een vergelijkbare controlegroep, maar dat komt enerzijds omdat er aan het begin van de behandeling nauwkeurig met behulp van echografie naar de eierstokken wordt gekeken. Anderzijds is het niet ondenkbaar dat de groep vrouwen met onvruchtbaarheid uit zichzelf meer kans op dit soort gezwellen zouden kunnen hebben, met andere woorden dat de kanker zou kunnen leiden tot onvruchtbaarheid. Elf van de twaalf vrouwen  met borderline eierstokkanker die in een onderzoek uit Nijmegen waren beschreven hadden nog in het geheel geen hormoonbehandeling voor IVF gehad. De tumoren werden gevonden bij de eerste echografie voordat met de behandeling was gestart. Vooralsnog is er geen enkele aanwijzing dat het risico op eierstokkanker verhoogd zou zijn als gevolg van IVF. Het is zelfs aannemelijk dat bij deze individuele vrouwen de kanker veel eerder wordt gevonden dan als zij geen IVF zouden hebben gewild, en dat daardoor de vooruitzichten op lange termijn veel beter zijn. Hoe vroeger men kanker opspoort, hoe beter de prognose na behandeling. Als het eenmaal is uitgezaaid, wordt de prognose veel slechter. 

Grootschalig  prospectief onderzoek

Toch is het uiterst belangrijk dat wordt nagegaan of er toch niet een invloed zou kunnen zijn.  Om bovenstaande redenen zijn de Nederlandse IVF gynaecologen al vele jaren voorstander van een grootschalig onderzoek op dit gebied. Uiteindelijk, na lange aanlooptijd, worden nu alle 17000 vrouwen die tussen 1984 (het begin van IVF) en 1994 IVF hebben ondergaan vervolgd, de zogenaamde OMEGA studie. Een soortgelijk onderzoek bij een groep van vergelijkbare grootte is tussen 1978 en 1993 ook al in Australië gestart, en tot heden vervolgd2. In dit onderzoek werden 29.700 vrouwen die zich aan een van de participerende 10 IVF klinieken hadden gemeld, vervolgd. Van deze vouwen hadden er 20.656 hormonen gehad, en 9044 geen hormonale behandeling. Vergeleken werd het aantal geobserveerde versus het aantal verwachte patiënten met kanker. Bij de vrouwen die hormonen hadden gehad is geen sprake van een toegenomen incidentie, maar wel van uteruscarcinoom bij vrouwen die geen hormonen hebben gehad. Maar die zijn voor het merendeel ook niet zwanger geworden, en het is bekend dat ook vrijwillige kinderloosheid- zoals bij nonnen- meer kans geeft op endometriumcarcinoom (kanker van het baarmoederslijmvlies). Ook in Nederland zijn tot nog toe geen toegenomen risico's op kanker aangetoond3, en geruststellend is dat ook de IVF kinderen geen toegenomen kans  op kanker lijken te hebben 4.

Geen van beide studies hebben dus tot nu toe verontrustende bevindingen opgeleverd, maar het moge duidelijk zijn dat het nog vele jaren zal duren voordat een definitief oordeel hierover kan worden uitgesproken.

Ref:

1 Whittemore AS, Harris R, Itnyre J.Characteristics relating to ovarian cancer risk: collaborative analysis of 12 US case-control studies. II. Invasive epithelial ovarian cancers in white women. Collaborative Ovarian Cancer Group. Am J Epidemiol. 1992 Nov 15;136(10):1184-203.

2.Venn A, Watson L, Bruinsma F, Giles G, Healy D. Risk of cancer after use of fertility drugs with in-vitro fertilisation. Lancet. 1999 Nov 6;354(9190):1586-90

3. Klip H, Burger CW, Kenemans P, van Leeuwen FE. Cancer risk associated with subfertility and ovulation induction: a review. Cancer Causes Control. 2000; 11: 319- 44.

4. Klip H, Burger CW, de Kraker J, van Leeuwen FE. Risk of cancer in the offspring of women who underwent ovarian stimulation for IVF.Hum Reprod. 2001;16: 2451- 8.

 CAM Jansen, 6 juni 2002, update 3 jan 2003

 

Please send mail to keesj@rdgg.nl with questions or comments about this Web- Site

Disclaimer:This information is not intended as a substitute for medical advice of physicians. The reader should regularly consult a physician in matters relating to his or her health and particularly with respect to any symptoms that may require diagnosis or medical attention.

© Stichting Medische Voortplanting Voorburg. This material is copyright protected; improper or unauthorized use is an infringement of copyright-laws and is an actionable offense. Original information from this Web-site can only be used if the source is clearly cited.