|
| |
  
De IVF Commissie
Inleiding
De In Vitro Fertilisatie Commissie (IVF-commissie) van het Diaconessenhuis Voorburg werd
ingesteld op 9 maart 1989. Aanleiding tot de oprichting van de IVF-commissie was het
Planningsbesluit In Vitro Fertilisatie, gebaseerd op artikel 18, tweede lid, sub a en b,
van de Wet Ziekenhuisvoorzieningen. In deze regeling wordt onder meer voorgeschreven dat
in ziekenhuizen waar de In Vitro Fertilisatiemethode wordt toegepast een van de dagelijkse
leiding onafhankelijke ziekenhuiscommissie aanwezig moet zijn.
Doelstelling
De commissie heeft tot doel: het adviseren van de directie over de uitvoering van de In
Vitro Fertilisatie ten aanzien van de algemene medische, ethische en juridische
aspecten.
Taken
De commissie heeft:
- een begeleidende taak ten behoeve van het IVF-team en een adviserende taak ten behoeve
van de directie (uitbrengen van gevraagd en ongevraagd advies);
- een toezichthoudende taak (naleven van richtlijnen en voorschriften zoals vastgelegd in
het protocol);
- een taak op het gebied van de kwaliteitsbewaking (feitelijke uitoefening van de In Vitro
Fertilisatie);
- een controlerende taak (zorgdragen voor de controle van de jaarlijkse rapportage aan het
betrokken Ministerie);
- een creërende taak (opstellen van richtlijnen).
De Commissie rapporteert de directie tenminste eenmaal per jaar.
Dit verslag geeft een overzicht van de werkzaamheden van de IVF-commissie DHV over 1994 en
1995.
Samenstelling
De samenstelling van de IVF-commissie onderging tijdens de verslagjaren enkele
wijzigingen. Prof D.C. den Haan, oud hoofddirecteur AZR, werd als voorzitter opgevolgd
door mevrouw prof. dr. A.C. Gittenberger- de
Groot, hoogleraar in de anatomie en
embryologie aan de Rijksuniversiteit te Leiden
(november 1994) en door een actualisering
van het reglement werd mevrouw mr. J.H. de Kort benoemd tot secretaris van de commissie
(mei 1995).
Aan het einde van 1995 was de commissie dan ook als volgt samengesteld:
Dr. P.C. Brinkerink, internist in ruste
Prof. dr. A.C. Gittenberger- de Groot, hoogleraar RUL
(voorzitter)
Ds. R.J.A. Hanenburg, ziekenhuispredikant
G.J. de Jong , neuroloog
Mevrouw mr. J.H. de Kort, jurist/hoofdanalist (secretaris)
Drs. P.P.H. Le Brun, ziekenhuisapotheker (adviserend lid)
Mevrouw J.L. Paardekooper, ziekenhuishygienist (adviserend lid)
Mr. H.J. de Roy van Zuydewijn, jurist
Mevrouw A. Strooisma, hoofd verpleegkundige
Drs. M. van Vreedendaal, klinisch chemicus
Vergaderingen
De IVF-commissie vergaderde in 1994 zeven maal, en wel op:
25 januari, 15 maart, 10 mei, 12 juli, 4 oktober, 6 december en 21 december. In 1995 kwam
de commissie eveneens zevenmaal bijeen op:
31 januari, 21 maart, 9 mei, 20 juni, 14 augustus, 2 oktober en 13 november.
Tijdens de bijeenkomsten waren eveneens de leden van het IVF-team en, indien
nodig, de
adviserende leden aanwezig.
Onderwerpen
Casus
In 1994 zijn 42 aanvragen voor een IVF-behandeling (waarbij de patiënt niet voldeed aan
de protocollair vastgelegde criteria) aan de commissie voorgelegd. In alle gevallen is,
ter vergadering, aan de behandelend specialist informatie gevraagd en door de commissie
een advies uitgebracht. Een positief advies volgde voor 33 paren, waaronder 7 maal een
positief advies onder voorwaarden werd verleend. Een negatief advies volgde voor 6 paren
en 3 aanvragen werden terugverwezen naar het IVF-team.
In 1995 zijn 36 aanvragen voor een IVF-behandeling aan de commissie voorgelegd. Een
positief advies werd voor 24 paren gegeven, waaronder 7 onder voorwaarden. Een negatief
advies werd 8 maal gegeven, 3 aanvragen werden aangehouden en 1 aanvraag werd
terugverwezen naar het IVF-team. Enkele van de negatieve adviezen hadden betrekking op de
casus van IVF bij alleenstaande vrouwen of lesbische paren. Mede gezien de veranderende
maatschappelijke opvattingen hieromtrent wisselde de commissie derhalve in november 1995
van gedachten met de Medisch Ethische Commissie over de ethische problemen rondom KID en
IVF bij lesbische paren en alleenstaande vrouwen. Vooralsnog blijft hangende een duidelijk
standpunt van de Medisch Ethische Commissie het beleid terughoudend.
Reglement
Onder meer door een wijziging van de statuten van het DHV (op 6 maart 1995) werd
het noodzakelijk om het vigerende reglement van de IVF-commissie te herzien. Enkele
artikelen werden geactualiseerd, herzien of gewijzigd. Het gewijzigde reglement is op 6
juni 1995 vastgesteld door de directie na verkregen goedkeuring van de Raad van
gedelegeerden. Hierop volgde de benoeming van mevrouw M.J.M. Cals (directiesecretaresse)
tot ambtelijk secretaris van de commissie.
Protocol
Het vigerende IVF-protocol werd door het IVF-team herschreven en in de
vergadering van 9 mei 1995 door de commissie vastgesteld.
Een aanvulling op het IVF-protocol, een door het IVF-team ingediend ICSI-protocol, werd
eveneens bestudeerd en besproken. Hierbij werd met name van gedachten gewisseld over de
voor- en nadelen van ICSI, de indicatiestelling, de follow-up van de zwangerschap, het
beleid rondom prenatale diagnostiek en de vraag of deze techniek vooralsnog als een
experimentele techniek beschouwd dient te worden. Nadat overeenstemming was bereikt over
de indicatiestelling was de commissie de mening toegedaan dat ICSI zou passen in het
huidige IVF programma van het ziekenhuis.
Landelijk overleg IVF-Commissies
Ook in 1994 en 1995 is de IVF-commissie van het Diaconessenhuis Voorburg wederom gastvrouw
geweest voor de bijeenkomsten van het landelijke overleg IVF-commissie. Tijdens deze
bijeenkomsten is van gedachten gewisseld over diverse onderwerpen aangaande In Vitro
Fertilisatie. Met name de problematiek rondom ICSI was een regelmatig terugkerend
agendapunt.
Vanaf het moment dat het besluit "tijdelijke regeling IVF", gepubliceerd in de
Staatscourant 18 juli 1985, van kracht werd, ontstond de noodzaak een
IVF-commissie (hierna te noemen de commissie) in te stellen. Vanaf eind 1985 functioneert deze commissie
en vonden regelmatig vergaderingen plaats. In het op 11 augustus 1988 (Staatsblad 379)
uitgebrachte Planningsbesluit werd een ziekenhuis met vergunning IVF uit te voeren zelfs
verplicht een dergelijke commissie op te richten.
De bijeenkomsten van de commissie vonden aanvankelijk aansluitend aan de vergaderingen van
de Medisch Ethische Commissie plaats. In oktober 1988 is deze werkwijze tijdelijk
gestopt.
In april 1989 is vervolgens een zelfstandige commissie opgericht, onder voorzitterschap
van prof. drs. D.C. den Haan.
De IVF-commissie komt in het algemeen eenmaal in de zes weken bij elkaar. Tweemaal per
jaar vond een structureel overleg plaats tussen de leden van de commissie en het
voltallige IVF-team.
In de nieuwe regelgeving is de commissie opgeheven.
|