Infertiliteitsbehandelingen
Home Up Synopsis Contact CONTENTS SEARCH FEEDBACK 

      Level 1
Level 2
Level 3
U i t l e g

 

Het Infertiliteits- en IVF Laboratorium in Voorburg
Dr. C.A.M. Jansen

Inleiding

Het Infertiliteits- en IVF laboratorium te Voorburg heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkeld tot een der meest vooraanstaande centra. Sedert 1985 worden IVF behandelingen aangeboden. In eerste instantie via ‘transport IVF’ in samenwerking met de Erasmus-universiteit te Rotterdam; sedert 1989
heeft Voorburg de beschikking over een eigen laboratorium.

Foto: De nieuwe ingang van het ziekenhuis. Aan de achterzijde ziet u het oude gebouw met het koperen dak, aan de linkerzijde de entree. 


Alle gangbare infertiliteitsbehandelingen worden aangeboden, waardoor Voorburg is uitgegroeid tot het regionale infertiliteitscentrum. Onderstaande geeft een indruk van de mogelijkheden en de stand van zaken (dd januari 2002) van de verschillende infertiliteits-behandelingen.

In Vitro Fertilisatie/ Embryo transfer

Sedert januari 1989 wordt de gehele IVF/ET behandeling in het eigen centrum uitgevoerd. Alle fasen (intake, follikelstimulatie, punctie, IVF, ET, en nazorg) kunnen worden uitgevoerd.
Een IVF behandeling kan zowel fysiek als psychisch een forse belasting zijn voor de patiënt, en de begeleiding hierbij dient optimaal te zijn. Ons centrum wordt gekenmerkt door een intensief persoonlijk contact tussen patiënt en teamleden, en leden onderling.
Sedert de aanvang waren tot januari 2002, in totaal 3022 IVF zwangerschappen ontstaan; Voorburg behoort hiermee tot een der meest vooraanstaande klinieken. 

Een kenmerk van de behandeling is dat soms meer dan een embryo tegelijk kunnen worden teruggeplaatst om de kans op een kind te kunnen vergroten. Hiermee verhoogt men de kans op zwangerschap, maar ook die op tweelingen. Er zijn gynaecologen die een tweeling als 'complicatie' en niet als 'succes' van een behandeling zien. Ons inziens is niet zozeer de tweeling op zich maar de vroeggeboorte van de tweeling de feitelijke complicatie: een vrouw die bij 40 weken van twee zesponders bevalt heeft wel een veel zwaardere zwangerschap en ook een zwaardere belasting na de geboorte dan zij die een kind krijgen, maar toch is dat als zodanig geen 'complicatie'. Men dient derhalve een optimum te vinden tussen succeskans en meerlingrisico. Het terugplaatsbeleid is in de loop der tijd steeds terughoudender geworden, van gemiddeld 2,8 embryo’s per terugplaatsing in 1989 naar 1,4 in 2009. Sedert 1995 kwamen er geen drielingen meer voor in ons programma.  Zie hiervoor onze pagina het terugplaatsbeleid.

Cryopreservatie

Wanneer er meer embryo’s van goede kwaliteit ontstaan dan verantwoord kunnen worden teruggeplaatst, worden deze ingevroren en later in een rustcyclus teruggeplaatst. Per hormooncyclus kan hiermee de kans op een kind worden vergroot. In totaal zijn tot januari 2002 227 zwangerschappen uit cryocycli ontstaan; een verhoging van het rendement van een hormoonstimulatie van 5 %. In de loop van de tijd zijn de resultaten van cryozwangerschappen toegenomen; op dit moment is op jaarbasis ongeveer 10 % het gevolg van terugplaatsing van cryo-embryo’s. Zie onze pagina's cryopreservatie

ICSI

Het komt steeds vaker voor dat zaad te slecht is om tot bevruchting te komen. In dat geval kan met ICSI (Intra Cytoplasmatische Sperma Injectie) toch bevruchting en zwangerschap tot stand worden gebracht. Daarnaast zijn er enkele andere indicaties voor ICSI. Sedert begin 1996 worden, op strikte indicatie, IVF met ICSI behandelingen uitgevoerd; inmiddels zijn tot januari 2002 557 ICSI zwangerschappen ontstaan. Vanwege het moratorium van ICSI in combinatie met zaad verkregen uit de zaadbal of bijbal (TESE en MESA) wordt deze variant nog niet uitgevoerd. Zie ook onze pagina ICSI

Eiceldonatie

Wanneer een vrouw geen (bruikbare) eigen eicellen meer heeft kan zwangerschap ontstaan middels eiceldonatie. De donor dient dan een hormonale stimulatie en follikelpunctie te ondergaan, waarna de embryo’s in de uterus bij de wensmoeder worden geplaatst. Op deze wijze zijn in totaal 78 zwangerschappen tot januari 2002 met eiceldonatie in Voorburg ontstaan.

Hoogtechnologisch draagmoederschap. (toegevoegd 20/7/98)

Sedert 1 januari 1998 is hoogtechnologisch draagmoederschap in Nederland toegestaan. Het embryo van wensouders wordt dan bij een draagmoeder ingeplant. Dit kan echter uitsluitend worden uitgevoerd wanneer de wensmoeder bv door een aangeboren afwezigheid, of bv als gevolg van een kankeroperatie geen of geen functionerende baarmoeder heeft, en bovendien onder een strikt aantal voorwaarden. Dit kan uitsluitend worden uitgevoerd in onderzoeksverband, onder strikt protocollaire voorwaarden en volgens de richtlijnen van de NVOG. De groep is uiteraard zeer beperkt, maar de kansen zijn tot nog toe uitstekend. Meer dan de helft van de paren heeft binnen drie cycli een kind gekregen. Zie ook onze introductie van deze techniek in Nederland.

IUI

Op strikte indicatie wordt intra-uteriene inseminatie uitgevoerd, hetzij in de spontane cyclus op geleide van de echografische bevindingen en de endogene urinaire LH piek, hetzij in een laaggedoseerde gonadotrofine- gestimuleerde cyclus (gemodificeerd ‘Yale schema’). Voor dit doel is de voor IVF reeds jaren bestaande database ( een gemodificeerde en aangepaste database in Filemaker Pro, waarin inmiddels relevante gegevens van meer dan 17 duizend cycli zijn opgeslagen) uitgebreid met een  aantal modules. Omdat bij zes behandelcycli de kans groot is dat deze behandeling zich over meerdere jaren uitstrekt, werden de resultaten over drie jaar geanalyseerd en weergegeven.  De gegevens van 1999 tot en met december 2001 geven het volgende beeld:

 

Fig: Cumulatief doorgaand zwangerschapscijfer( ‘Life table’ analyse) na zes IUI cycli. Het cumulatieve cijfer komt uit op 38 % doorgaande zwangerschappen per patiënt  na zes cycli 

Tussen jan 1999 en 31 december 2001 kwamen 308 paren in aanmerking voor een IUI behandeling.  278 daarvan kregen ook tenminste één behandeling, waarmee in totaal 84 doorgaande zwangerschappen werden verkregen. Er werden in totaal 1142 IUI behandelingen uitgevoerd (gemiddeld 380 per jaar; gemiddeld 4.1 per paar) waarmee het cumulatieve doorgaand zwangerschapscijfer uitkwam op 38 % na zes cycli. Anno 2010 is het zwangerschapscijfer ongeveer 17 % per cyclus. Vier van de tien paren gaat na IUI met een kind naar huis

KID

Sedert de invoering van ICSI wordt KID (Inseminatie met donorzaad) minder vaak toegepast. Toch zal ook voor deze behandeling behoefte blijven bestaan: er zullen altijd mannen blijven die geheel geen zaadaanmaak hebben. In het kader van ons streven om een totaalpakket aan fertiliteitsbehandelingen aan te kunnen bieden heeft Voorburg sedert enige tijd een eigen semendonorbank. Donoren en semen worden volgens de criteria van de CBO consensus-werkgroep gescreend en geselecteerd, en het zaad wordt na de quarantaineperiode van 6 maanden vrijgegeven. Tot 1 juni 1999 zijn met zaad uit de eigen donorbank 51 zwangerschappen ontstaan. De overall kans per cyclus was 16 %; meer dan de helft van de vrouwen die begonnen zijn, is zwanger. Vooralsnog hebben wij als gevolg van de overheidsregelgeving de donorbank 'on hold' gezet. 

IVF met donorsemen

Als er een indicatie voor KID bestaat, maar er na 12 tot 18 KID behandelingen geen zwangerschap is ontstaan kan IVF met donorsemen uitkomst bieden. De resultaten van deze vorm van behandeling zijn zeer goed; In totaal zijn tot januari 2002 met deze combinatie 454 zwangerschappen ontstaan. 

Samenvatting

Het centrum in Voorburg vervult voor onvruchtbaarheid een supraregionale functie. Vele patiënten uit alle delen van Nederland hebben ons centrum bezocht en konden worden geholpen. Ons streven is optimale resultaten te behalen, met een minimum aan complicaties en meerlingen. Alle infertiliteitsbehandelingen kunnen worden aangeboden; ons streven is de behandelingsmogelijkheden zoveel mogelijk op de patiënt af te stemmen.

De resultaten van Voorburg doen niet onder voor die van welk ander centrum dan ook. Die van sommige andere centra lijken op het eerste gezicht beter, maar dat is schijn: dat hangt samen met het feit dat daar vrouwen boven de veertig  worden afgewezen, en het feit dat de behandeling wordt beperkt tot drie cycli.

Bovendien zijn er nog steeds centra die de patiënt al bij 7 weken zwangerschap uit de controle ontslaan nadat foetale hartactie is aangetoond, en toch al spreken van een doorgaande zwangerschap (over all gaat dan nog steeds meer dan 10 % mis in de eerste drie maanden), waarmee de cijfers van die centra mooier lijken dan ze zijn.

dr. C.A.M. Jansen, Voorburg, 27 januari 1997, update dec 1999, jan 2002, feb 2010

 

Please send mail to keesj@rdgg.nl with questions or comments about this Web- Site

Disclaimer:This information is not intended as a substitute for medical advice of physicians. The reader should regularly consult a physician in matters relating to his or her health and particularly with respect to any symptoms that may require diagnosis or medical attention.

© Stichting Medische Voortplanting Voorburg. This material is copyright protected; improper or unauthorized use is an infringement of copyright-laws and is an actionable offense. Original information from this Web-site can only be used if the source is clearly cited.