|
 
In memoriam Prof dr Gerard Zeilmaker (12
nov 1936- 4 dec 2002)
Op woensdag 4 december 2002 is prof. dr. Gerard Zeilmaker na een
langdurige strijd overleden. Hij is 66 jaar geworden. Gerard was zonder twijfel
dè pionier van de In-Vitro-Fertilisatie (IVF) in Nederland, en een van de
pioniers ter wereld, maar hij heeft
tijdens zijn leven binnen ons land daarvoor nooit de officiële erkenning gekregen. Het toeval
wil dat een week na zijn overlijden het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde vol stond met
artikelen over IVF. Daarin werd onder andere geconstateerd dat inmiddels één
op de 61 in Nederland geboren kinderen ontstaan zijn na IVF of ICSI behandeling.
Opmerkelijk was ook dat in géén van de vier artikelen de naam van Zeilmaker genoemd werd.
Gerard
werd geboren op 12 november 1936. Hij studeerde biologie van 1953 tot 1959, en
was werkzaam op het Nederlands kanker instituut van 1958 tot 1969, waarna hij
als lector en later hoogleraar werd aangesteld aan de afdeling fysiologie van de Erasmus
Universiteit te Rotterdam. Hij was van oorsprong fysioloog, en wetenschapper
geïnteresseerd in de voortplanting. Zijn proefschrift, dat hij in 1964
verdedigde, betrof reeds experimenteel onderzoek betreffende het eerste stadium van de zwangerschap bij
de rat. Het strekt de NS tot eer dat deze het advies van zijn laatste stelling
in zijn proefschrift onvoorwaardelijk heeft opgevolgd: 'Het verdient
aanbeveling in de treinen het roken alleen toe te staan in speciale rookcoupees'
In de jaren zeventig heeft hij met dierexperimenteel onderzoek
over follikel, eicel en embryo-ontwikkeling de wetenschappelijke basis gelegd
voor wat later in de kliniek van groot belang zou worden voor menselijke
onvruchtbaarheid. Een twaalftal promovendi hebben op dit gebied basaal
wetenschappelijk onderzoek bij hem verricht, en hebben later hun sporen op dit
terrein verdiend, zoals dr Jacques Cohen en dr Jan Vermeiden. Gerard was een
purist, die tegenwicht bood tegen de Hollandse neiging tot verheerlijking van
het anglicisme: hij eiste van zijn promovendi dat hun proefschrift in de
Nederlandse taal was geschreven, waaraan zij zich- op één na- ook allen hebben
gehouden. Hij
kon geen waardering opbrengen voor hen die naar zijn idee uit luiheid een nietje
door een aantal Engelstalige artikelen sloegen om vervolgens het daarmee
ontstane product 'dissertatie' te noemen. De artikelen moesten wel gepubliceerd
worden, maar daarnaast moest de promovendus ook de moeite nemen er in zuiver
Nederlands een monografie over te schrijven. Daarmee samenhangend kon hij langdurig
filosoferen over wat het juiste woord moest zijn voor het begrip
'embryo transfer', in het Nederlands abusievelijk vertaald als 'embryo
terugplaatsing': er was bij afname nog geen enkele sprake van een embryo
maar van een eicel en bovendien was het embryo nog helemaal niet in de baarmoeder
geweest, dus viel er niets terug te plaatsen. Na lang beraad kwam hij uit op
het begrip 'embryo-plaatsing', een begrip dat echter nooit algemene ingang heeft
gevonden.
Gerard heeft vele jaren gevochten om IVF mogelijk te maken.
Al jaren vòòr de geboorte van Louise Brown- het eerste IVF kind
ter wereld- heeft hij alle Nederlandse hoogleraren die in de fertiliteit
gespecialiseerd waren afgelopen om te vragen of zij met hem aan in-vitro
fertilisatie wilden meewerken,
maar overal werd hem de deur gewezen. Door een bekende hoogleraar aan een
Universiteit met confessionele signatuur in Amsterdam werd hem zelfs te verstaan
gegeven: 'wie denk je wel dat je bent, dat je voor God wil spelen?'
Uiteindelijk vond hij een jonge assistent die net in
opleiding was gekomen- dr Bert Alberda- bereid om mee te werken, hoewel velen om
hem heen aanvankelijk ook hun bedenkingen hadden. De rest is geschiedenis.
De eerste IVF zwangerschap in Nederland werd in 1983 tot
stand gebracht. Gerard was in 1984 de eerste ter wereld die met succes
een ingevroren embryo kon laten ontdooien, en laten uitgroeien tot een gezond kind.
Hij heeft vele jaren tegen de stroom in geroeid, en hij heeft zich voortdurend
allerlei ongefundeerde kritiek moeten laten welgevallen. Sommige collega's aan
zijn eigen universiteit waren van mening dat zijn werk onethisch was, en
vroegen zich af waarom hij dit in godsnaam deed: 'er waren toch al genoeg
kinderen'? Het kenmerkt zijn
persoonlijkheid dat hij dit volgehouden heeft, zoals hij ook vele jaren tegen
zijn kanker gevochten heeft; een strijd waarvan hij wist dat hij die niet kon
winnen.
Hij heeft belangwekkend wetenschappelijk onderzoek
gepubliceerd, hetgeen zeer frequent door anderen is geciteerd. In totaal heeft
hij meer dan 300 'peer reviewed' artikelen laten verschijnen, in vele
vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften. Hij heeft ook vele
wetenschappelijke functies bekleed zoals 'associate editor' van het blad Human Reproduction.
Gerard was rechtstreeks, direct en eerlijk. Hij had nooit
een dubbele agenda, en je hoefde je bij hem nooit af te vragen wat hij met zijn
gedrag precies voor had, en of er iets anders achter stak, een in dat wereldje
bijna ongekende eigenschap. Hij had een indrukwekkende algemene ontwikkeling, met interesses die ver buiten zijn vakgebied
reikten,
zoals in de kunst en de natuur.
Wij kunnen ons nu niet meer voorstellen hoeveel kritiek er
in de begintijd was op IVF; het wordt nu beschouwd als een 'gewone' behandeling
in de geneeskunde. De duizenden kinderen die per jaar geboren worden na IVF en
ICSI mogen Gerard dankbaar zijn dat hij toentertijd heeft meegewerkt aan het tot
ontplooiing komen van deze technieken.
13 dec 2002,
CAM Jansen, Voorburg |