|
Level 1 Het Hysterosalpingogram (HSG) Een van de technieken om na te gaan of de eileiders open zijn is het hysterosalpingogram of HSG. Hierbij wordt er- na de menstruatie maar vòòr de ovulatie (eisprong)- een röntgencontrastmiddel via de baarmoedermond in de baarmoederholte en door de eileiders gespoten.
Als de eileiders 'dicht zitten' kan de arts dat direct zien, maar verder kan hij eigenlijk alleen zien of een of beide tubae doorgankelijk zijn.
Het voordeel van de test is dat deze relatief eenvoudig is en zonder anesthesie kan plaats vinden, het nadeel is dat deze onder röntgendoorlichting plaatsmoet vinden (en dus vòòr de ovulatie moet worden verricht) en dat je alleen kan zien of de eileiders open of dicht zijn. Het contrast neemt de weg van de minste weerstand, dus als één kant makkelijk doorgankelijk is en de andere kant iets minder makkelijk, dan vult zich die eileider zich niet, en je kunt dan ook vervolgens alleen bij een laparoscopie (kijkoperatie) nagaan of die andere eileider wel goed is. Bovendien kun je vrijwel nooit 'verklevingen' (adhesies) op het HSG zien, hoewel prof dr J.Schoemaker- die op het 'seriële HSG' is gepromoveerd- vond dat als je er erg goed naar kijkt, en naar veel opnamen achter elkaar, dat er daarvoor toch aanwijzingen kunnen zijn. Het probleem van dat laatste is echter dat dat ook mede afhankelijk is van de factor 'expertise' en dat bij vergelijkende onderzoekingen tussen het HSG en de laparoscopie adhesies meestal niet goed zichtbaar bleken. Wel kan een 'hydrosalpinx' worden aangetoond (zie daarover later meer). Een meta- analyse van 20 vergelijkende onderzoeken tussen het HSG en een laparoscopie gaf als conclusie dat de 'sensitiviteit' voor het aantonen van open eileiders beperkt is (slechts 0,65). De 'specificiteit' is echter hoog: 0,83, waarmee het onderzoek bij uitstek geschikt is om een afsluiting van de eileiders uit te sluiten.1 De 'ESHRE Capri workgroup'- een groep van specialisten op dit gebied- concludeerde dat de test niet kan worden gebruikt als enige diagnostische test om normale tubae aan te tonen.
Binnenkort zal deze pagina worden uitgebreid met:
Ref: 1: Swart P, Mol BW, van der Veen F, van Beurden M, Redekop WK, Bossuyt PM.The accuracy of hysterosalpingography in the diagnosis of tubal pathology: a meta-analysis. Fertil Steril. 1995; 64: 486- 91 CAM Jansen, Voorburg, 20 november 2002 |
|
Please send mail to keesj@rdgg.nl with questions or comments about this Web- Site Disclaimer:This information is not intended as a substitute for medical advice of physicians. The reader should regularly consult a physician in matters relating to his or her health and particularly with respect to any symptoms that may require diagnosis or medical attention. © Stichting Medische Voortplanting Voorburg. This material is copyright protected; improper or unauthorized use is an infringement of copyright-laws and is an actionable offense. Original information from this Web-site can only be used if the source is clearly cited. |