In Vitro Fertilisation
banner 7

De eicelreserve: vroeg of laat is alles 'op'

Tijdens het vruchtbare leven van de vrouw raakt zij gemiddeld per maand ongeveer 830 eicellen kwijt, dat is ongeveer 30 per dag, meer dan één per uur. Gemiddeld op het 53 e jaar is vrijwel alles 'op', de 'overgang'. De paar eicellen die er dan nog zijn zijn onbruikbaar. Daaraan voorafgaand is er een periode dat er nog wel een eisprong kan optreden, maar van eicellen van een zo slechte kwaliteit dat de kans op een kind verwaarloosbaar klein is geworden. (Incipient Ovarian Failure) Voordat de vrouw vruchtbaar wordt (de eerste ovulatie en menstruatie) heeft zij overigens al meer dan 90 % van alle aangelegde eicellen verloren. Vrijwel alle eicellen zijn vóór de geboorte al aangelegd waarna zij gedurende vele jaren in een 'diepe winterslaap' blijven. Om ongeveer één jaar voor de eisprong langzaam te ontwaken; om als gevolg van de LH piek echt wakker te worden en als gevolg van 'de kus van de prins', de zaadcel, echt tot leven te komen. Jonathan Tilly heeft overigens aangetoond dat er ook na de geboorte nog nieuwe aanmaak van eicellen zou kunnen zijn1,2,3, en hoewel wetenschappelijk van ongelooflijk belang, speelt dat in de huidige praktijk niet zo'n grote rol. Grofweg genomen, 'gaan' de meest gevoelige eicellen het eerst, en de minder gevoelige- die ook vaak leiden tot een embryo met een mindere innestelingkans- later. Het is bewezen dat de concentratie FSH (het hormoon dat de eiblaasjes laat groeien) aan het begin van de cyclus gemiddeld lager is bij jonge vrouwen, dan bij oudere vrouwen. Er moet bij ouderen als het ware meer 'de zweep erover'. Toch kunnen er onderling grote verschillen bestaan tussen wat er nog aan goede eicellen resteert, met name boven het 38e jaar. Sommige vrouwen zijn dan nog volstrekt vruchtbaar, andere al helemaal niet meer, maar de kans dat u tot de eerste groep behoort wordt wel steeds kleiner. Wat is de waarde van bepalingen die ten doel hebben tot een inschatting te komen van de eicelreserve: de FSH spiegel aan het begin van de cyclus, de Inhibine-B bepaling, de oestradiol bepaling. Wat is de waarde van belastingstesten zoals de CCCT (de clomifeenbelastingstest) en de EFORT? (zie de pagina acroniemen) Wat is de waarde van echografische meting van het eierstokvolume en van telling het aantal zichtbare follikels (AFC)? Binnenkort meer op deze site.

Referentie(s)

1 Johnson J, Canning J, Kaneko T, Pru JK, Tilly JL.Germline stem cells and follicular renewal in the postnatal mammalian ovary. Nature.2004; 428 :145-50. Erratum in: Nature. 2004;430: 1062.2

2 Johnson J, Bagley J, Skaznik-Wikiel M, Lee HJ, Adams GB, Niikura Y, Tschudy KS, Tilly JC, Cortes ML, Forkert R, Spitzer T, Iacomini J, Scadden DT, Tilly JL. Oocyte generation in adult mammalian ovaries by putative germ cells in bone marrow and peripheral blood. Cell.2005;122: 303-15.3

3 Johnson J, Skaznik-Wikiel M, Lee HJ, Niikura Y, Tilly JC, Tilly JL.Setting the record straight on data supporting postnatal oogenesis in female mammals. Cell Cycle.2005:1471-7.