Eicelpreservatie
Home Up Synopsis Contact CONTENTS SEARCH FEEDBACK 

      

EICELPRESERVATIE  (AD, 11 juni 1999)

Invriezen van eicellen: even Apeldoorn bellen?

Op 11 juni 1999 werd in een paginagroot artikel in het Algemeen Dagblad gesuggereerd alsof het nog maar een kleine stap is naar een fertiliteitsverzekering via het invriezen van eicellen. Er zouden op die manier eicelbanken kunnen worden opgezet voor jonge vrouwen die op termijn wel een kind willen, maar daar nu nog niet aan toe zijn. Het zou ook een uitkomst betekenen voor vrouwen die bv kankerbehandelingen moesten ondergaan.

Aanleiding van het artikel was een publicatie van dr Eleonora Porcu van de universiteit van Bologna, die voor een doorbraak zou hebben gezorgd doordat zij ICSI toepaste op ingevroren eicellen, en daarmee het bevruchtingsproces op gang bracht.

Het bovenstaande bericht suggereert nogal wat. Wat is echter het geval?

Tot enkele jaren geleden was het wel mogelijk om embryo's in te vriezen, maar geen eicellen. Een belangrijke reden was dat slechts een klein gedeelte het proces overleefde, maar dat van de eicellen die het overleefden het merendeel niet bevruchtbaar bleek. Dr Porcu filosofeerde dat dat mede aan de eischil zou kunnen liggen, en paste ICSI toe na ontdooien. Hiermee bleek een deel van de eicellen toch bevruchtbaar en in totaal zijn er zes kinderen geboren na deze behandeling.

Hoewel dit soort ontwikkelingen natuurlijk niet stil staat, is het nog veel te vroeg nu al victorie te kraaien. Het rendement is nu nog minder dan een procent!

Eleonora Porcu selecteerde vrouwen met een boventallige eicelopbrengst na follikelstimulatie. Zij had 51 patiënten met een totaal van 813 oöcyten die werden ingevroren, gemiddeld  dus 16 eicellen per stimulatie!. Hiervan werden 709 ontdooid, en overleefden 396 de procedure. Bij 248 hiervan lukte de bevruchting met ICSI, en 224 embryo's deelden door. Deze werden teruggeplaatst. Hiervan ontstonden 9 zwangerschappen, en 5 doorgaande zwangerschappen. In totaal werden 6 kinderen geboren (er was een tweeling bij). Het zwangerschapscijfer per terugplaatsing is dus 9.8 %, het aantal kinderen per honderd teruggeplaatste embryo's is 2.7 % en het aantal kinderen per 100 ingevroren embryo's is slechts 0.7 %. Dat wil dus zeggen dat u per verkregen eicel minder dan één procent kans hebt dat deze tot de geboorte van een kind leidt. En dit geldt bovendien nog alleen voor de beste groep, die gemiddeld 16 eicellen per keer maken.

Als u van de verzekeringsmaatschappij in Apeldoorn te horen zou krijgen dat deze maar en één op de honderd keer dat u er recht op hebt, ook uitbetaalt, zou u zich wel twee keer bedenken alvorens u een verzekering zou afsluiten

Bovendien is er nog niets bekend over eventuele risico's voor het nageslacht. Dat laatste geldt nog sterker voor het invriezen van ongestimuleerde eicellen die daarna middels in vitro maturatie (IVM) tot rijping moeten worden gebracht. In de veterinaire geneeskunde wordt IVM op grote schaal toegepast, maar dit leidt wel tot een vier- à vijfvoudige toename van het aantal aangeboren afwijkingen. Bij koeien heeft dat volgens de producenten uitsluitend economische betekenis, maar bij de mens moet je er niet aan denken dat het je eigen kind zou zijn.

Het is niet te ontkennen dat vooral de laatste tijd, anno 2002, deze ontwikkeling doorzet. Op de wetenschappelijke bijeenkomst van de American Society for Reproductive Medicine in Seattle werden met name een aantal zeer veelbelovende nieuwe ontwikkelingen gepresenteerd. Daarover zal ik te zijner tijd meer laten weten.

Vooralsnog is het echter veel te vroeg nu al te suggereren alsof deze aanpak een reëel alternatief zou zijn. Mijn advies zal voorlopig blijven: Begin pas aan kinderen als je er echt aan toe bent, ook in de relatie, maar besef dat van te lang uitstel soms afstel komt. Invriezen van eicellen op jonge leeftijd is er voorlopig nog niet bij.

ref:

Porcu E. Oocyte freezing. Semin Reprod Med. 2001; 19: 221- 30.

Fabbri R, Porcu E, Marsella T, Primavera MR, Seracchioli R, Ciotti PM, Magrini O, Venturoli S, Flamigni C. Oocyte cryopreservation.Hum Reprod. 1998;13 S 4: 98-108

Porcu E, Fabbri R, Damiano G, Giunchi S, Fratto R, Ciotti PM, Venturoli S, Flamigni C.Clinical experience and applications of oocyte cryopreservation. Mol Cell Endocrinol. 2000; 27;169(1-2):33-7.

Fabbri R, Porcu E, Marsella T, Primavera MR, Rocchetta G, Ciotti PM, Magrini O, Seracchioli R, Venturoli S, Flamigni C.Technical aspects of oocyte cryopreservation. Mol Cell Endocrinol. 2000 27;169(1-2):39-42.

 

CAM Jansen, aug 1999, update 15 dec 2002

 

Please send mail to keesj@rdgg.nl with questions or comments about this Web- Site

Disclaimer:This information is not intended as a substitute for medical advice of physicians. The reader should regularly consult a physician in matters relating to his or her health and particularly with respect to any symptoms that may require diagnosis or medical attention.

© Stichting Medische Voortplanting Voorburg. This material is copyright protected; improper or unauthorized use is an infringement of copyright-laws and is an actionable offense. Original information from this Web-site can only be used if the source is clearly cited.