 | |
 
Level 1
Level 2
Level 3
U i t l e g
KI en IUI en FSP: Wat is het, waarom en voor wie?
Inleiding
Van oudsher zijn er technieken in de voortplanting, die alle ten doel hebben om de kans op
zwangerschap te vergroten. Een al heel lang toegepaste techniek is KI
(kunstmatige inseminatie). De laatste tijd zijn daar echter enkele nieuwe
varianten bijgekomen, zoals IUI (Intra-uteriene Inseminatie) en FSP (Fallopian sperm perfusion). Deze drie gaan uit van het
principe dat er zaad op het juiste moment in de cyclus terecht komt op de plaats van
bestemming. Dit is de plaats waar de feitelijke bevruchting plaats dient te
vinden: het
uiteinde van de eileider. Met geen van deze technieken kan echter het ontstaan van een
zwangerschap worden gegarandeerd; het enige wat men kan verwachten is dat de maandelijkse
kans op een zwangerschap toeneemt. De keerzijde is echter dat de belasting van de
behandeling groter is, en dat geen van de technieken zonder risico is, zodat naar onze
mening duidelijk moet zijn aangetoond dat de behandeling echt wezenlijk bijdraagt aan de
kans om deze nadelen te kunnen rechtvaardigen. Hieronder volgt uitleg van KI, IUI en FSP.
Wat is het, waarom doen wij het en wat zijn de kansen?
Wat is KI ?
KI staat voor Kunstmatige Inseminatie. Hierbij wordt zaad kunstmatig in de baarmoedermond
ingespoten (Inseminatie betekent "inspuiten"). Dit kan zijn KIE
(Kunstmatige
Inseminatie Eigen semen) of KID (Kunstmatige Inseminatie Donorsemen).
KIE is uitsluitend aangewezen wanneer een normale natuurlijke gemeenschap niet
mogelijk is, b.v. bij sommige gevallen van aangeboren afwijkingen aan de schede. Het zaad
moet in principe goed van kwaliteit zijn en hoeft voor deze behandeling niet te worden
opgewerkt. Het enige dat in dit geval van belang is, is dat het moment van de inseminatie
rond het tijdstip van de eisprong plaatsvindt.
KID kan worden toegepast b.v. wanneer de man geen eigen zaad heeft en wanneer
het paar gebruik wil maken van zaad van een donor. Het is tegenwoordig gebruikelijk om
hiervoor geen vers zaad, maar diepgevroren zaad te gebruiken. De reden hiervan is gelegen
in de "quarantaine" periode van 6 maanden, die benodigd is om zeker te weten dat
er geen infecties zoals HIV bij de donor aanwezig zijn.
Diepgevroren/ontdooid zaad is meestal minder van kwaliteit en in veel gevallen
wordt het zaad "opgewerkt". Het zaad wordt voor het paar geselecteerd op basis
van een aantal uiterlijke kenmerken zoals lichaamsbouw, bloedgroep, huidskleur en de kleur
van haar en ogen.
Wat is IUI ?
IUI staat voor Intra Uteriene Inseminatie. Hierbij wordt het zaad niet in de
baarmoedermond gespoten, maar rechtstreeks in de baarmoederholte. Hiertoe moet het echter
worden "opgewerkt" om het voor deze behandeling geschikt te maken. De meest
voorkomende indicatie hiervoor is de niet behandelbare "ondoordringbaarheid" van
het slijm van de baarmoedermond. IUI kan ook in combinatie met donorzaad worden
uitgevoerd, omdat deze behandeling in een aantal gevallen verbetering van resultaten
geeft.
Wat is FSP ?
Bij FSP (Fallopian Sperm Perfusion) wordt het zaad nog verder ingespoten, en wel zodanig
dat het na inspuiting in zowel de baarmoederholte als de eileiders aanwezig is. Het dient
hiertoe ook anders te worden opgewerkt. Op deze wijze hopen wij de "trefkans"
met en de bevruchtingskans van de eicel te vergroten. Voor FSP moet de
zaadkwaliteit echter van een zodanige kwaliteit en concentratie zijn dat het
voldoende 'verdunbaar' is tot een volume van 4 cc. Daarom zijn er maar
bijzonder weinig onvruchtbaarheidpatiënten die voor dit laatste in aanmerking komen.
Dat is ook de reden dat de techniek, die werd gepropageerd door Jarl Kahn uit
Zweden, na een aanvankelijk hoopvolle start eigenlijk vrijwel geheel weer
verlaten is
Wat is het verschil tussen IUI en KI ?
Zoals bovenvermeld is dus het verschil tussen KI en IUI tweeledig. Ten eerste: het zaad
wordt bij IUI verder ingebracht. Ten tweede: het belangrijkste verschil is echter dat voor
IUI het zaad wordt "opgewerkt". Hieronder zal het begrip 'opwerken' worden
uitgelegd.
Wat is opwerken van het zaad ?
Vaak bevat het zaad naast goede zaadcellen in meer of mindere mate ook slechte en/of dode
zaadcellen en bacteriën. Bovendien bevat zaad prostaatvocht dat normaliter niet in de
baarmoeder zelf terechtkomt. Prostaatvocht bevat prostaglandinen die wanneer deze in de
baarmoederholte komen, menstruatieachtige krampen kunnen opwekken. In de natuur vormt de
baarmoedermond een barrière voor prostaatvocht, voor bacteriën en andere
micro-organismen, maar vlak voor de eisprong is de baarmoedermond "gastvrij" en
doorlaatbaar voor goed beweeglijke zaadcellen. Daarnaast ondergaat in de natuur het zaad
tijdens zijn weg een aantal veranderingen zoals de z.g. acrosoomreactie, waardoor
de zaadcel in
staat is om een eicel te bevruchten. Voorts blijven de niet - en slecht beweeglijke
zaadcellen "steken" in de baarmoedermond zodat in de natuur alleen de goed
beweeglijke zaadcellen "hogerop" komen. "Opwerken" van zaad wil
onder andere zeggen het scheiden van bacteriën en andere micro-organismen alsmede het prostaatvocht
van de zaadcellen, het scheiden van goede en slechte zaadcellen, en het laten plaatsvinden
van de acrosoomreactie.
Waarom wordt zaad "opgewerkt" ?
Vers, onopgewerkt zaad kan niet zomaar worden gebruikt bij behandelingen zoals IVF en IUI.
De aanwezige bacteriën en andere micro-organismen kunnen leiden tot infectie van de kweek
bij IVF, in de baarmoeder en in de eileiders. Voorts moet het slechte zaad worden
gescheiden van het goede zaad, en moet de acrosoomreactie buiten het lichaam
plaatsvinden.
Er zijn verschillende opwerktechnieken, waarvan de meest bekende de z.g.
"swim-up" en de Percoll-technieken zijn. Met name bij diepgevroren zaad en bij
zaad van mindere kwaliteit leverde de Percolltechniek superieure resultaten op.
Hoewel Percoll de beste resultaten gaf had de leverancier uit uitsluitend
monetaire motieven er geen behoefte aan registratie aan te vragen voor dit
product voor deze toepassing zodat het noodzakelijkerwijs is vervangen door
alternatieven die wel voor deze toepassing zijn geregistreerd (maar daarmee wel
vele malen duurder konden worden)
Na de behandeling.
Er is in een prospectief gerandomiseerd onderzoek
aangetoond dat het zwangerschapscijfer significant hoger is als de vrouw een
kwartier blijft liggen na de inseminatie in plaats van direct op te staan. Dit
in tegenstelling tot de resultaten na terugplaatsing bij IVF. Het verschil is
echter dat na de inseminatie het zaad nog de weg door de eileider moet maken om
daarna pas de eicel te bevruchten Wel moet gezegd worden dat in beide
groepen de percentages doorgaande zwangerschappen zeer laag was (6% in de
controlegroep en 9% in de behandelde groep, terwijl goede centra het dubbele
kunnen bereiken). Vaak worden de cijfers per paar uitgedrukt (en niet per
cyclus) om op die manier schijnbaar betere resultaten te kunnen melden.
Wat kost de behandeling, en wordt deze vergoed ?
Er is inmiddels een DBC tarief voor IUI. Dit wordt door veel
ziektekostenverzekeraars vergoed
De afloop
Graag zouden wij geïnformeerd worden over de afloop van de
zwangerschap nadat wij een doorgaande zwangerschap hebben vastgesteld. U kunt
hiertoe de 'vragenlijst partus' invullen en
ons deze terugsturen of terugmailen. Wij danken u voor deze gegevens, die van ons van
groot belang
zijn voor de registratie en rapportage.
Conclusie
Er zijn verschillende behandelingen die beogen de kans op zwangerschap te
vergroten.
Hiertoe behoren KID, IUI en FSP. Wat houden deze behandelingen in en wat zijn de
voor- en nadelen? Bovenstaande geeft u uitleg over enkele aspecten.
info.iui.3 februari 1997
Zie ook: timing van IUI
Zie ook: vragen/ opmerkingen
Referenties
1 Goverde
AJ, McDonnell J, Vermeiden JP, Schats R, Rutten FF, Schoemaker J. Intrauterine
insemination or in-vitro fertilisation in idiopathic subfertility and male subfertility: a
randomised trial and cost-effectiveness analysis. Lancet. 2000 Jan 1;355(9197):13-8.
2. Goverde AJ, van der Lelij MAJ, Schoemaker J, Vermeiden JPW,
Vink JM, Wegener Sleeswijk F, Mc Donnell J, Rutten FFH. Vergelijkend onderzoek
naar kosten en effectiviteit van intra-uteriene inseminatie, met of zonder
ovariële stimulatie, versus IVF patiënten bij paren met verminderde
vruchtbaarheid ten gevolge van idiopathische infertiliteit of mannelijke
subfertiliteit. MTA rapport in opdracht van de Ziekenfondsraad, 1997
3. Custers IM, Flierman PA, Maas P, Cox T, Van Dessel TJ,
Gerards MH, Mochtar MH, Janssen CA, van der Veen F, Mol BW. Immobilisation
versus immediate mobilisation after intrauterine insemination: randomised
controlled trial. BMJ.
2009 Oct 29;339:b4080. doi: 10.1136/bmj.b4080.
|