Punctie_ET
Home Up Synopsis Contact CONTENTS SEARCH FEEDBACK 

      Level 1
Level 2
Level 3
U i t l e g

DE DAG VAN DE PUNCTIE.

1. Inleiding.
2. Kans dat de punctie doorgaat.
3. Voorbereiding.
4. Pijnstilling.
5. De punctie zelf.
6. Nazorg.

DE DAG NA DE PUNCTIE.

1. Kans dat de bevruchting lukt.
2. De bevruchting zelf.

DE TERUGPLAATSING.

1. Kans dat er teruggeplaatst wordt.
2. Hoeveel embryo's worden er teruggeplaatst?
3. De terugplaatsing zelf.
4. Wat gebeurt er met embryo's die niet teruggeplaatst worden?

 

DE DAG VAN DE PUNCTIE.

1. Inleiding.

Met "de punctie" wordt bedoeld het uit het lichaam verwijderen van rijpe eicellen. Men noemt een punctie ook wel follikelaspiratie (follikel = eiblaas = met vocht gevulde holte waarin zich de eicel bevindt; aspiratie = opzuigen).

2. Kans dat de punctie doorgaat.

De eicellen moeten verwijderd worden voordat de eigen ovulatie plaatsvindt. Na de ovulatie bevinden de eicellen zich in de buikholte en daar zijn ze niet meer te vinden. De tussentijdse controles zijn er vooral op gericht om het meest geschikte moment voor de punctie te bepalen.

Wanneer kort voor de punctie blijkt dat er ondanks de controles toch al een ovulatie is geweest, wordt meestal van het verrichten van de punctie afgezien.

 

 

3. Voorbereiding.

3.1.Onthoudingsperiode. 3.1.Onthoudingsperiode.

Hoewel hierover wel verschil van mening bestaat, zijn er aanwijzingen dat de kwaliteit van het sperma beter is na maximaal 2 à 3 dagen onthouding (dus de laatste zaadlozing 2 à 3 dagen voor de dag van de punctie), doch niet langer dan 5 dagen tevoren. Het beste is om gedurende een langere tijd te zorgen voor een min of meer regelmatige zaadlozing en onthouding aan te houden vanaf de dag voor de Pregnyl injectie.

3.2. Nuchter komen?

Op de ochtend van de punctie hoeft u niet nuchter te komen.U mag een licht ontbijt gebruiken (zie ook pagina sedatie/anesthesie).

3.3 de cycluskalender3.3 de cycluskalender.

Breng bij de punctie de tot en met de ochtend van de punctie ingevulde cycluskalender mee.

3.4. Kleding.

U kunt het best luchtige bovenkleding (T-shirt, blouse) aantrekken. Draag liever geen kleding die moeilijk en tijdrovend is om uit te trekken. zoals laarzen die geheel geveterd zijn.

3.5. Aanmelding

Op de voor de punctie afgesproken tijd komt u naar de wachtkamer bij de IVF. U wordt daar opgeroepen.

4. Pijnstilling.

Het is moeilijk te voorspellen of u de punctie al dan niet pijnlijk zult vinden. Dat hangt van een aantal zaken af. Het heeft bijvoorbeeld te maken met hoe gespannen u bent. Het hangt ook samen met de hoeveelheid zenuwweefsel ter plaatse. De plaats van de eierstokken speelt een rol, evenals het aantal follikels en de grootte van de follikels.

Het is echter niet nodig om pijn te lijden. Er zijn 2 verschillende manieren van pijnstilling:

4.1. Een kleine hoeveelheid sederend middel. Voorafgaande aan de punctie wordt een naaldje in een ader in de elleboogplooi ingebracht. Hierdoor wordt een kleine hoeveelheid sederend middel (Dormicum®, 3 mg) direct in de bloedbaan gebracht. Hierdoor krijgt u hetzelfde gevoel als wanneer u een borreltje te veel op hebt (rustig; wat onverschillig). Het middel geeft echter geen kater. Na afloop van de punctie wordt u op een brancard gelegd om de  te laten uitwerken. Na een half uur tot een uur kunt u weer naar huis.

4.2. Een lichte vorm van sedatie. Voorafgaande aan de punctie wordt een naaldje in een ader in de elleboogplooi ingebracht. Hierdoor wordt iets meer van het ontspannend en sederend middel direct de bloedbaan ingebracht. Door dit middel kunt u zich achteraf vrijwel niets meer van de punctie herinneren. Na afloop van de punctie heeft u vaak wel wat langer nodig om weer op te knappen.

Ter bestrijding van de menstruatieachtige napijn krijgt elke vrouw op de dag dat de punctie wordt afgesproken een tablet Bruten® (400 mg Ibuprofen) mee. Deze tablet dient een half uur voor de punctie geslikt te worden.

De arts/gynaecoloog die de punctie verricht zal u een geschikte vorm van pijnstilling voorstellen. Zeker als u zelf al ervaring hebt opgedaan bij een eerdere IVF-behandeling kunt u zelf afwegen welke vorm van pijnstilling u wilt. Wees vooral niet bang kleinzerig te lijken.

Wij gebruiken bij de sedatie geen morfinepreparaten, omdat die het risico op ademdepressie en daarmee zuurstofgebrek met zich mee brengen. Daarnaast zijn uiteraard alle voorzorgen aanwezig.

4.3. In zeer zeldzame gevallen kan het nodig zijn de punctie onder algehele anesthesie uit te voeren. Deze anesthesie wordt verricht door het anesthesiologisch team o.l.v.dr van Dijk en dr Bakker. Om deze reden is de punctiekamer volledig ingericht volgens de richtlijnen van een kleine operatiekamer. Anesthesiologische apparatuur is dan uiteraard direct beschikbaar.

5. De punctie zelf.

De eicellen worden verwijderd met behulp van "een echoscopische punctie". Deze vinden plaats in de echoruimte. De echoapparatuur die gebruikt wordt is dezelfde als die van de echocontroles. De echokop is voor de punctie wat aangepast. Er loopt een naaldgeleider langs waardoorheen een lange holle naald geschoven kan worden. De echokop wordt in de vagina gebracht. Op het beeldscherm is te zien waar zich een follikel bevindt. De follikel wordt in het verlengde van de naaldgeleider gebracht en de naaldpunt wordt, meestal zonder al te veel moeite, in de follikel geprikt. Zodra de follikel is aangeprikt wordt het vacuümapparaat in werking gesteld. Hierdoor wordt de inhoud van de follikel in een glazen flesje gezogen. De follikelinhoud bestaat niet alleen uit vocht maar bevat meestal ook een eicel. Wanneer er teveel bloed het flesje in wordt meegezogen, wordt er wat heparine toegevoegd om stolling te voorkomen en daarmee het zoeken naar de eicel in het laboratorium te vergemakkelijken.

Hoe vaak geprikt moet worden hangt af van het aantal follikels en hun ligging ten opzichte van elkaar. Wanneer de follikels dicht bij elkaar liggen is het vaak mogelijk om met één prik door de vaginawand meerdere follikels leeg te maken. Alle follikels, zowel de grote als de kleine, moeten worden aangeprikt en leeggezogen.

Direct na de punctie gaan de flesjes met follikelvocht naar het IVF-laboratorium. Daar wordt m.b.v. een microscoop naar de eicellen gezocht. Zodra er eicellen gevonden zijn wordt de partner gevraagd sperma te produceren. Hiervoor is een speciale ruimte bij het IVF-laboratorium beschikbaar. Het sperma wordt door masturbatie verkregen en opgevangen in een steriel plastic potje. Niet elke man vindt dit "op commando produceren" even gemakkelijk. Vooral als het de zoveelste keer is, kan spanning een ongunstige uitwerking hebben. De oplossing voor dit probleem zal voor elke man weer anders zijn. Voorziet u problemen, laat dat dan tevoren weten zodat we de alternatieven met u kunnen bespreken (zoals op de ochtend van de punctie thuis het sperma produceren) Hoewel een enkele keer ook zaad tevoren kan worden ingevroren, geven wij toch de voorkeur aan vers zaad; dit is dit is altijd beter dan ontdooid zaad van hetzelfde monster.

6. Nazorg.

Hoe u zich na afloop van de punctie voelt hangt vooral af van het type pijnstilling waarvoor is gekozen. Bij gebruik van een kleine hoeveelheid Dormicum is er na afloop alleen wat vaginaal bloedverlies en menstruatieachtige buikpijn, maar meestal voelt u zich nog zodanig dat u het prettig is om nog een half uur op een brancard te blijven liggen. Gebruik van een grotere hoeveelheid sedatie heeft als consequentie dat u een tot twee uur op een brancard moet 'uitslapen'.

Meestal kunt u 1 uur na de punctie, en soms al sneller, met uw partner mee naar huis. Wanneer u er de voorkeur aan geeft om nog wat langer te blijven is dat mogelijk.

 

DE DAG NA DE PUNCTIE.

1. Kans dat de bevruchting lukt.

Het streven is om één of meer bevruchte eicellen te verkrijgen die zich blijven delen in steeds meer cellen. In de eerste plaats is hierbij van belang het aantal eicellen dat bij de punctie wordt verkregen. Ook de kwaliteit van de eicellen is belangrijk. Het aantal eicellen, maar ook hun kwaliteit, verschilt per persoon maar ook per poging. Een andere belangrijke factor is de kwaliteit van het sperma. Het aantal zaadcellen en de kwaliteit van hun beweeglijkheid spelen een belangrijke rol bij de bevruchting. Ook dit wisselt per persoon en per poging.

Bij ongeveer 80% van de behandelingen ontstaan er één of meerdere embryo's. Grofweg laat ongeveer de helft van de eicellen zich bevruchten.

2. De bevruchting zelf.

De eicellen die in het follikelvocht worden gevonden worden in een kweekbakje (petrischaaltje) met de kweekvloeistof gedaan. Deze schaaltjes worden in de broedstoof bij de juiste temperatuur (37 graden Celsius) bewaard.

Het sperma van de partner wordt inmiddels "gespoeld" en bewerkt. Door deze bewerking worden de meest beweeglijke zaadcellen geselecteerd. Vroeg in de middag worden de zaadcellen bij de eicel(len) gevoegd. Daarna is het afwachten of de bevruchting lukt en of de bevruchte eicel zich blijft doordelen.

De volgende ochtend worden alle eicellen nagekeken om te zien of er bevruchting heeft plaatsgevonden. De eicellen die abnormaal bevrucht zijn (waar niet één maar twee zaadcellen in zijn binnengedrongen) en de eicellen die de gebruikelijke tekenen van bevruchting missen, worden apart gehouden.

Vanaf 11.00 uur kunt u naar het IVF-laboratorium bellen om te horen of de bevruchting gelukt is. Heeft er bevruchting plaatsgevonden dan wordt meteen een afspraak voor de terugplaatsing gemaakt. Zijn er nog geen tekenen van bevruchting te zien dan wordt u gevraagd de volgende dag terug te bellen.

DE TERUGPLAATSING.

1. Kans dat er teruggeplaatst wordt.

Voor de embryo's maakt het geen verschil of er na 2 of 3 dagen wordt teruggeplaatst; de kans van slagen van de behandeling is in beide gevallen even groot. Het interval tussen punctie en terugplaatsing wordt vooral door organisatorische factoren bepaald. Zoveel mogelijk wordt gekozen voor doordeweekse dagen.

2. Hoeveel embryo's worden er teruggeplaatst?

Een embryo dat zich volgens schema ontwikkelt bestaat 2 dagen na de punctie uit 4 cellen en 3 dagen na de punctie uit 8 cellen.

Op de dag van de terugplaatsing wordt beoordeeld welke embryo's het mooist ontwikkeld zijn. De gelijkmatigheid waarmee de celdelingen zijn uitgevoerd is hierbij het belangrijkste criterium. Bij de eerste IVF-poging worden bij voorkeur niet meer dan 2 embryo’s teruggeplaatst, afhankelijk van leeftijd en embryokwaliteit. Bij "vervolgpogingen" kan er in overleg met het paar afhankelijk van de embryokwaliteit voor gekozen worden om 3 embryo's terug te plaatsen.

3. De terugplaatsing zelf.

De terugplaatsing gebeurt op de gynaecologische stoel in een ruimte naast het IVF-laboratorium en is waarschijnlijk het beste te vergelijken met het maken van een uitstrijkje.

Voor de terugplaatsing is het van belang de ligging en de lengte van de baarmoeder te kennen. Bij een 'voorovergekantelde' baarmoeder moet u zorgen voor een halfvolle blaas en bij een 'achterovergekantelde' ('gekantelde') baarmoeder voor een lege blaas. De ligging van de baarmoeder is een eigenschap (net zoiets als de kleur van uw ogen) en heeft geen invloed op de kans van slagen. Bij ongeveer 80% van de Nederlandse vrouwen ligt de baarmoeder voorover gekanteld en bij de resterende 20% achterover. De lengte van de baarmoeder bepaalt hoe ver de embryo's de baarmoederholte moeten worden ingebracht.

Het nut van een halfvolle blaas bij een voorovergekantelde baarmoeder is de volgende: de halfvolle blaas strekt de baarmoeder een beetje waardoor het traject dat door de terugplaatsslangetjes afgelegd moet worden minder bochtig wordt. Dit vergemakkelijkt over het algemeen de terugplaatsing.

De procedure: Eerst wordt het speculum ingebracht. De baarmoedermond wordt een beetje schoongemaakt met een droog steriel gaasje. Daarna wordt een dun slangetje (de buitencatheter) via de baarmoederhals tot in de baarmoederholte gebracht. Als dit gelukt is worden de terug te plaatsen embryo's door de laboratoriummedewerkster in een nog dunner slangetje (de binnencatheter) opgezogen. De binnencatheter wordt via de buitencatheter tot bovenin de baarmoederholte gebracht. De embryo's worden met een zeer kleine hoeveelheid vloeistof in de baarmoederholte gespoten. De catheters worden teruggetrokken en onder de microscoop wordt gekeken of er geen embryo's in de binnen-catheter achtergebleven zijn. Als dit zo blijkt te zijn wordt de gehele handeling herhaald. Als de catheter "leeg" is wordt het speculum verwijderd. Daarna blijft u nog 15 tot 30 minuten liggen.

Bij hoge uitzondering is het bij de terugplaatsing nodig om de baarmoeder in een iets gunstigere stand te brengen. Daarvoor wordt de baarmoedermond met een speciaal instrument vastgepakt. Deze verrichting kan wat pijnlijk zijn.

Na een eenvoudige terugplaatsing is er over het algemeen geen bloedverlies. Wanneer vastpakken van de baarmoedermond noodzakelijk was is er wat bloedverlies. Dit bloed komt niet uit de baarmoederholte en benadeelt de kans van slagen niet.

4. Wat gebeurt er met embryo's die niet teruggeplaatst worden?

Wanneer er na de terugplaatsing nog embryo's overblijven worden deze, zo mogelijk, voor u ingevroren. U krijgt altijd schriftelijk bericht over wat er met de resterende embryo's gebeurd is. Als er embryo's worden ingevroren krijgt u een verklaring te tekenen betreffende de bestemming van de embryo's

 

 

Please send mail to keesj@rdgg.nl with questions or comments about this Web- Site

Disclaimer:This information is not intended as a substitute for medical advice of physicians. The reader should regularly consult a physician in matters relating to his or her health and particularly with respect to any symptoms that may require diagnosis or medical attention.

© Stichting Medische Voortplanting Voorburg. This material is copyright protected; improper or unauthorized use is an infringement of copyright-laws and is an actionable offense. Original information from this Web-site can only be used if the source is clearly cited.